Overlijden, aangifte

Aangifte van overlijden doet u in de gemeente van overlijden. In de praktijk doet de uitvaartverzorger meestal aangifte van een overlijden. U kunt als nabestaande ook zelf aangifte doen. De gemeente maakt een overlijdensakte op en geeft toestemming voor de uitvaart.

Aangifte doen van overlijden

U maakt hiervoor een afspraak.

Maak een afspraak

U neemt naar de afspraak de volgende documenten mee:

  • B-enveloppe met daarin het formulier van de arts over de oorzaak van het overlijden
  • eventueel uw trouwboekje
  • geldig identiteitsbewijs van degene die aangifte doet
  • als uitstel van de crematie of begrafenis nodig is: verklaring van geen bezwaar (van een arts)

Bij een natuurlijke oorzaak van overlijden neemt u ook mee:

  • verklaring van natuurlijk overlijden (van een schouwarts)

Bij een onnatuurlijke oorzaak van overlijden neemt u ook mee:

  • verklaring van niet-natuurlijk overlijden (van een schouwarts)
  • verklaring van geen bezwaar voor de begrafenis of crematie (van de officier van justitie)

Kosten (2017)

  gratis   aangifte van overlijden
€ 12,90  uittreksel overlijdensakte (dit kan nodig zijn om het overlijden door te geven aan instanties)
€ 12,90  internationaal uittreksel overlijdensakte (vertaald in een aantal talen)

Begrafenis of crematie vervroegen of uitstellen

Een overledene mag niet eerder dan 36 uur na het overlijden worden begraven of gecremeerd. Moet begraven of cremeren wel binnen 36 uur na overlijden gebeuren? Dan moet toestemming gevraagd worden aan de officier van justitie en de gemeente. Dit wordt geregeld door de uitvaartverzorger.

Een overledene wordt uiterlijk 6 werkdagen na het overlijden begraven of gecremeerd. Voor begraven of cremeren na 6 werkdagen, moet toestemming gevraagd worden aan de gemeente. Dit wordt geregeld door de uitvaartverzorger. Uitstel is bijvoorbeeld mogelijk als familieleden niet op tijd aanwezig kunnen zijn bij de uitvaart.

Verwerking persoonsgegevens

Aangifte van overlijden gebeurt in de gemeente waar iemand is overleden. Is dat niet de woonplaats van de overledene? Dan geeft de gemeente van overlijden dit door aan de gemeente waar die persoon woonde.

Als de overlijdensakte is opgemaakt wordt het overlijden verwerkt in de Basisregistratie Personen (BRP). De overledene staat dan niet meer als inwoner ingeschreven, maar als overleden persoon. Op die manier zijn andere overheidsinstanties ook meteen op de hoogte. Dit zijn bijvoorbeeld de Belastingdienst, Sociale Verzekeringsbank en de meeste pensioenfondsen. U hoeft het overlijden niet apart aan hen door te geven. Ook de zorgverzekeraar wordt ingelicht over het overlijden.

Particuliere organisaties moet u wel zelf op de hoogte brengen. Dit zijn ook banken en verzekeringsmaatschappijen. U gebruikt daarvoor het uittreksel van de overlijdensakte. Meestal krijgt u dit uittreksel van de uitvaartverzorger. U kunt het uittreksel ook aanvragen bij de gemeente.

Uitvaart in het buitenland

Als de uitvaart in het buitenland plaatsvindt dan hebt u voor het vervoer vanuit Nederland toestemming van de gemeente nodig. De gemeente geeft dan een laissez-passer af. Dit is een vervoersbewijs voor een overledene naar een ander land. Een laissez-passer wordt afgegeven door de gemeente waar de overlijdensakte is opgemaakt. Het vervoer naar het buitenland regelt de uitvaartverzorger meestal voor u.

Overlijden in het buitenland

Wat moet u doen als iemand die in Nederland staat ingeschreven in het buitenland overlijdt? Op de website van de Rijksoverheid vindt u hierover informatie. U moet in dat land aangifte van overlijden doen. Medewerkers van de Nederlandse ambassade kunnen u daarbij helpen.

U moet het overlijden ook melden in de gemeente waar de overledene stond ingeschreven. Hierbij is de overlijdensakte uit het buitenland nodig. Het kan zijn dat de akte eerst gelegaliseerd moet worden. Meer informatie over het legaliseren van documenten vindt u op de website van de Rijksoverheid.

Naar boven